In de jaren 50 gaapte er in het Citroën-gamma een groot gat tussen zijn twee modellen. De 2CV en DS konden niet verder uit elkaar liggen. Het merk zocht dus een model dat de kwaliteiten van die twee kon verenigen.

Francois Piette
23/11/2017 13:51:08

Flaminio Bertoni, de beroemde Italiaanse designer die de Traction, 2CV en DS al getekend had, nam ook voor dit nieuwe model de pen ter hand. Zelf zou hij de auto als het meesterwerk uit zijn carrière beschouwen, maar heel wat mensen dachten daar anders over. Met zijn merkwaardig ingedeukte motorkap en omgekeerde achterruit was het resultaat op zijn zachtst gezegd opmerkelijk. Toch had die ruit, die Ford ook op zijn Anglia toepaste, voordelen: de instap achterin was makkelijker en bij regen bleef ze ook droog…

Het beste van twee werelden

Als basis vertrokken de ingenieurs van de 2CV. Onder de motorkap produceerde diens 425 cc grote tweecilinder amper 12 pk, en dat was te weinig voor een berline. Het blok werd dus vergroot tot 602 cc, wat een twaalftal paarden extra opleverde. Dat bescheiden vermogen werd via een manuele vierversnellingsbak overgebracht op de voorwielen.

In het interieur was de uitrusting beperkt, maar Citroën wilde zijn reputatie wel alle eer aandoen door even zachte zetels te installeren als in de DS. Tel daarbij een ophanging die van de 2CV was afgeleid, dus met horizontale veren, en je krijgt een machine die al even vrolijk op zijn wielen danste als een roeiboot op een stormachtige zee. Als je maag er dus tegen bestand is, dan is dit een van de comfortabelste berlines ooit.

1961

In 1961 presenteerde Citroën de AMI 6, Automobile de Milieu de Gamme de 602 cm³. Het model kende onmiddellijk een groot succes. Het publiek lag niet wakker van het opvallende design maar vulde bestelbonnen in. In 1964 kwam Citroën met een break, die nog meer succes kende dan de berline: hij zag er niet alleen “normaler” uit, maar op het platteland liepen ze storm voor zijn comfort en praktische aspecten. In 1966 was de Ami 6 de meest verkochte auto in Frankrijk, nog voor de Renault 4.

Evoluties

De Ami 6 had enkele kinderziektes, zoals een slechte waterafvoer bij regen, vaste achterruiten, een te zwakke motor, fragiele tellers en een ophanging die regelmatig moest worden onderhouden. Doorheen de jaren werden die problemen opgelost, onder meer door steeds meer vermogen aan te bieden, op het einde zelfs de volle 32 pk. De topsnelheid steeg van 105 naar 123 km/u. In 1969 verving Citroën de Ami 6 door de Ami 8, die minder populair was.

Vandaag

Nog niet zo lang geleden wisselden ze van eigenaar voor een appel en een ei, maar de laatste tijd gaat hun waarde de hoogte in. De Franse markt heeft uiteraard de meeste exemplaren, maar ook in België duiken ze vaak op. Reken op minstens € 6.000 voor een mooi exemplaar en op iets meer in België. De berline is zeldzamer dan de break.

Net als alle auto’s uit de jaren 60 heeft de Ami 6 één groot gebrek: roest. De extreem dunne stalen panelen zijn nauwelijks beschermd. Mechanisch is hij eerder betrouwbaar: van de eerste motoren werd minder gevraagd dan van de latere, waardoor die steviger zijn. Maar hun ophanging heeft wel meer onderhoud nodig dan de telescopische dempers van de latere modellen. (Zowat) alle onderdelen zijn zonder problemen te vinden, maar enkele afwerkingsdetails vergen wel meer zoekwerk als ze ontbreken.

Je gebruikt een oude versie van Internet Explorer. Upgrade ajb naar een nieuwere versie.
Je gebruikt een oude versie van Safari en/of iOS. Upgrade ajb naar een nieuwere versie.