Dit vergeten model was nochtans een geslaagd product. Karaktervol en sportief, met nog genoeg troeven om vandaag ook te verleiden. Profiteer dus van de cadeauprijzen.

Francois Piette
05/01/2018

Begin jaren 90 wilde Fiat sportieve klanten terug voor zich winnen met een coupé, die het simpelweg Coupé doopte. Het merk liet de liefhebbers van sportievere auto’s al enkele jaren op hun honger zitten, nadat de kleine X1/9 met middenmotor uit productie ging. De nieuwe coupé werd dus met veel bombarie aangekondigd, en Fiat liet niet na te verwijzen naar zijn sportieve verleden.

Polariserende designer

De coupé wordt vaak beschouwd als een van de mooiste creaties van het merk in de afgelopen jaren, maar toch was de controversiële Chris Bangle verantwoordelijk voor het ontwerp. De Fiat werd gebouwd bij Pininfarina, kreeg ronde achterlichten, gespierde trekken en diagonale lijnen rond de wielkasten. Binnenin liep er een strook in koetswerkkleur over het dashboard, die deze auto nog meer onderscheidde van andere modellen uit die tijd.

Teken des tijds

Toen Fiat in 1993 de Coupé voorstelde, bleken de ingenieurs niet vertrokken te zijn van een blanco blad. De Coupé nam elementen over van de andere productiemodellen om de kosten te beperken. Het platform kwam dus van de Tipo en dreef de voorwielen aan. Onder de motorkap was er de keuze tussen een atmosferische 2.0 viercilinder (139 pk) en een drukgevoede (190 pk).

Vijfcilinder

Doorheen de jaren bracht Fiat enkele wijzigingen aan, te beginnen met een nieuwe basismotor (1.8 viercilinder van 130 pk) en twee vijfcilinders die de vorige tweeliters vervingen. De atmosferische (147 pk) en turboversie (220 pk) klonken geweldig. De krachtigste versie kreeg zelfs een manuele zesversnellingsbak in een beperkte reeks, net als krachtigere remmen en een koetswerkkit.

Succes?

De eerste jaren viel de Coupé aardig in de smaak, met in 1994 zelfs niet minder dan 17.619 verkochte exemplaren, maar daarna nam de interesse snel af. Dat gold toen voor alle sportwagens en coupés. Een facelift in 1997 bracht niet veel soelaas, en in 2000 zette Fiat de productie stop. In totaal werden er bijna 73.000 coupés geproduceerd over een periode van zes jaar.

Vandaag

De karaktercoupé heeft in zijn turboversies (en vooral de vijfcilinders) een sportief temperament dat de voorwielen soms van de wijs brengt. Toch werd hij uitstekend ontvangen, onder meer door de pers. Vandaag is hij niet meer van de betrouwbaarste: de afwerking laat af en toe te wensen over, de elektronica laat het soms afweten, de koppeling slijt snel,… Vermijd sowieso getunede exemplaren en exemplaren waar aan gesleuteld werd.

De motoren zijn stevig maar vergen een nauwgezet onderhoud: regelmatige oliewissels, elke vijf jaar een nieuwe distributieriem,… De turbo van drukgevoede exemplaren moet nauwgezet in het oog gehouden worden en voorzichtig gebruikt worden (laten afkoelen na elke rit). Het koelingscircuit werd ook vaak verwaarloosd.

Hoeveel?

Niet veel: voor minder dan € 4.000 vind je makkelijk een prima exemplaar. De 1.8 16v vind je bij ons het vaakst en is een interessante keuze. De vijfcilinder heeft meer karakter en is niet veel duurder. Een turbo is meer gegeerd: tussen € 6.000 voor een viercilinder en € 8.000 voor een vijfcilinder. Een “Limited Edition” met manuele zesbak kost meer dan € 10.000 in perfecte staat.

Je gebruikt een oude versie van Internet Explorer. Upgrade ajb naar een nieuwere versie.
Je gebruikt een oude versie van Safari en/of iOS. Upgrade ajb naar een nieuwere versie.