Het lange wachten wordt eindelijk beloond: de Alpine A110 is terug. Maar wat is deze “opvolger” waard in vergelijking met de referentie van Porsche? We gingen het na in een ballet met de Berlinette en de Cayman als guest stars.
Jean-François Christiaens
08/08/2018

RENAULT ALPINE

  • Charismatische stijl
  • Comfort behouden
  • Evenwichtig onderstel
  • Prestaties
  • Schitterend weggedrag
  • Afwerkingsdetails
  • Amper opbergruimte
  • Geen manuele bak
  • Levertermijnen
  • Weinig praktische koffer
Review schrijven
Model info

PORSCHE 718 CAYMAN

  • Afwerking
  • Doeltreffend weggedrag
  • Explosieve prestaties
  • Afgezwakte motor
  • Hoge totaalprijs
  • Standaarduitrusting
Review schrijven
Model info

Het is zover: na heel wat omzwervingen herrijst het merk Alpine uit zijn assen. En het doet dat op een knappe manier, door een moderne interpretatie te brengen van zijn legendarische Berlinette in een nostalgisch kleedje dat bijzonder sterk in de smaak valt. Dat kunnen we toch afleiden uit de vele positieve reacties die we te horen kregen tijdens onze test. In onze hele carrière als autojournalist zijn we alleen nog maar zo vaak op een auto aangesproken als toen de nieuwe Fiat 500 werd gelanceerd. Zouden de automobilisten van vandaag nostalgisch zijn? Hoe dan ook, deze knappe en sympathieke A110 verschijnt eindelijk op de weg, zij het druppelsgewijs, want als je er een bestelt, moet je veel geduld koesteren. Hij staat klaar voor de confrontatie met de koele schoonheid van een Duitser die als toegangskaartje dient tot de wereld van Porsche: de 718 Cayman.

Afwerking en uitrusting: punt voor Porsche

We moeten eerlijk zijn: de strijd is snel gestreden wanneer we het interieur van onze kleine coupés onder de loep nemen. Of toch als we met een kritisch oog kijken naar de wat “matige” assemblage en de minder verzorgde materiaalkeuze. De Alpine haalt hier duidelijk niet het niveau van de Porsche, die op dit vlak onklopbaar is. Toch is de sfeer aan bood van de Fransman origineler, met een paar toffe knipogen naar het verleden. Het infotainmentsysteem in de Alpine is echter zeer ‘basic’ en de ergonomie matig, met overal piepkleine knopjes die je met je vingertippen moet proberen bedienen. Het digitale instrumentenbord is dan weer heel volledig en laat je alle organen van de auto in de gaten houden. Tot slot merken we nog op dat Porsche een veel meer uitgebreide optiecatalogus biedt op alle vlak: veiligheid, comfort, stijl enzovoort. Maar opgepast voor de eindfactuur…

Comfort: punt voor Alpine

Op het vlak van comfort voert de Alpine een duidelijke inhaalbeweging uit. Zijn lichte ontwerp verricht hier wonderen zodat hij op verbazingwekkend soepel geijkte schokdempers kan staan voor zo’n sportieve kleine coupé. De demping van rolgeluiden lijkt ook beter dan in de Cayman, die opmerkelijk veel van het geruis van zijn dikke banden naar het interieur doorgeeft. In hun “normale” rijmodus slagen onze twee kemphanen er ook vrij goed in om het geluid van hun motor te dempen, die ter herinnering net achter de rug van de (twee) inzittenden ligt. De Alpine wint dus het punt voor het hoofdstuk comfort, maar we willen er wel nog op wijzen dat de Porsche veel praktischer is om dagelijks mee te leven dankzij slimmer uitgedachte bergvakjes en grotere koffers. In de Alpine moet je licht pakken… en je kan in het interieur geen sleutels, portefeuille of smartphone kwijt. Bij gebrek aan een handschoenenkastje moeten zelfs de boorddocumenten in de koffer worden bewaard. En tot slot biedt de (nochtans zeer knappe) Alpine-stoel nauwelijks enige verstelmogelijkheden (tenzij je met een inbussleutel aan de slag gaat), zoals in een echte racewagen. Daardoor zal niet iedereen een ideale zithouding kunnen vinden.

Motor: punt voor Porsche

Als deze confrontatie een paar maand eerder had plaats gevonden, voor de Cayman was veranderd in de 718 Cayman, dan was er geen discussie geweest: wie ooit de atmosferische flat-six van de vorige Cayman heeft mogen temmen, zal zijn benevelende kracht en diepe stem niet licht vergeten. Maar vandaag doet de 718 Cayman een beroep op een veel minder charismatische turboviercilinder. Die is nochtans niet minder performant, in tegendeel: hernemingen vanaf lage of middelhoge toerentallen verlopen veel krachtiger. Hij is echter minder subtiel, zowel qua gasrespons als qua klank. In de “basisversie” ontwikkelt de tweeliter van de Cayman 300 pk en 380 Nm. De Alpine A110 van zijn kant pakt uit met de nieuwe 1.8-turbo die je ook vindt in de jongste generatie van de Renault Mégane R.S., maar in een tot 252 pk en 320 Nm toegeknepen variant. Maar dankzij zijn pluimgewicht (1.103 kilo leeg of 300 kilo minder dan de 1.410 kilo zware Porsche) presteert de Alpine even goed. En de klank van zijn motor, waarvan je de turbo duidelijk hoort fluiten, is behoorlijk tof als je flink gas geeft. Toch wint de Porsche het punt voor het hoofdstuk “Motor” door zijn uitstekende samenwerking met zijn (optionele) gerobotiseerde PDK-versnellingsbak met dubbele koppeling, terwijl de vergelijkbare robotbak EDC (de enige mogelijkheid in de Alpine) soms de trappers verliest wanneer het tempo omhoog gaat en je dwingt om de controle over te nemen met de schakelhendels.

Weggedrag: punt voor Alpine

Tenzij wanneer je bent geboren met een chronometer in je buik of als je de nood voelt om altijd de scherpste tijd neer te zetten zodra je op een circuit komt, mag de Alpine het punt voor het hoofdstuk “Weggedrag” hebben. De Porsche is snediger, zet zich beter op zijn ophanging en is doorgaans efficiënter. Maar de Alpine A110 is een speeltje dat in elke bocht een glimlach op je gezicht tovert. De meer soepele afstelling van zijn schokdempers laat je spelen met de lastwissels (naast de Alpine lijkt de Porsche gevoelloos) om de “moderne Berlinette” te laten uitbreken bij het aansnijden van een bocht zoals zijn voorvader. Daarna gaat hij de curve door in een lichte drift (het ESP kent drie stand voor meer of minder bewegingsvrijheid). Pas wanneer de snelheid oploopt, wordt de Alpine wat meer zweverig en minder geruststellend dan de veel stabielere Porsche Cayman.

Budget: punt voor Alpine

Verwacht niet dat Alpine iets afdoet van de prijs van het model dat zijn wederopstanding inluidt. De Alpine A110 “Première Edition”, die in een beperkte reeks werd aangeboden, kostte 58.800 euro en was zo goed als onmiddellijk uitverkocht. Vandaag is hij vervangen door twee versies: de uitgeklede Pure, die minstens 55.000 euro moet opbrengen, en de wat meer rijkelijke Légende, die er is vanaf 58.800 euro. De Cayman van zijn kant begint bij 55.272,8 euro met manuele versnellingsbak en 58.358,3 euro met PDK-robotbak (standaard op de Alpine). Maar om de Porsche een vergelijkbare uitrusting te bieden als de Alpine, moet je nog heel wat opties aanvinken in de catalogus. De Alpine wint dus dit hoofdstuk dankzij een iets interessantere verhouding prijs-uitrusting. Al betreuren we wel dat het dealernetwerk niet wat meer uitgebreid is. Op dit vlak is een keuze voor Porsche duidelijk veel comfortabeler…

Besluit: winst voor Alpine

Wanneer we de punten optellen, wint de Alpine deze confrontatie. Maar dat is ook zo als we naar de applausmeter kijken. We zijn opgehouden met het aantal opgestoken duimen en gesprekken langs de kant van de weg te tellen tijdens onze testperiode. De Porsche is helemaal geen slechte auto en bevestigt zelfs zijn statuut van referentie: hij is beter afgewerkt, efficiënter en praktischer bij dagelijks gebruik. Maar de Alpine A110 slaagt erin om zich op een intelligente manier te onderscheiden door de Duitser niet frontaal aan te vallen maar eerder te kiezen voor fun en nostalgie. En dat is duidelijk de juiste beslissing geweest.

Je gebruikt een oude versie van Internet Explorer. Upgrade ajb naar een nieuwere versie.
Je gebruikt een oude versie van Safari en/of iOS. Upgrade ajb naar een nieuwere versie.