De Audi A5 Sportback en BMW 4-Reeks Gran Coupé”, antwoordt de Kia-verantwoordelijke zonder blikken of blozen wanneer we hem vragen welke auto ze als concurrentie zien voor hun nieuwe Kia Stinger. Een sterk staaltje bluf? “The power to surprise” is niet zomaar de slogan van de Koreanen. Kan deze Kia Stinger dus verrassen?

Wim Bervoets
VROOM Expert
06/10/2017
4,0
VROOM score
3,5
4
4,5
4,5
4
4
3,5
4

Voor- en nadelen

  • Afwerkingskwaliteit
  • Geslaagde looks
  • Rijgedrag en comfort
  • Volledige standaarduitrusting
  • Hoog gewicht
  • Imago?
  • Ruimte achteraan
  • Verbruik en rijbereik V6

Om eerlijk te zijn is het niet gek dat Kia met deze Stinger de Duitse premiummerken in het vizier neemt. De Koreanen gingen de afgelopen jaren namelijk uitgebreid shoppen bij de Duitse concurrentie. Ex-Volkswagen-designer Peter Schreyer zit al een decennium aan de Koreaanse tekentafel, en drie jaar geleden plukten de Koreanen ook Albert Biermann weg bij BMW M. Of hoe de Stinger meteen de nodige adelbrieven kan voorleggen…

Heeft deze Stinger iets gemeen met de Optima?

Nee. De Stinger, de productieversie van de GT Concept uit 2011 die er aanvankelijk nooit zou komen, staat op een volledig ander platform. Dat deelt hij met Hyundai-luxedochter Genesis. Dat geeft meteen ook weg dat de Stinger een wereldauto is. Hij wordt immers ook geïntroduceerd in Noord-Amerika en in thuismarkt Zuid-Korea. Kia schermt trouwens met de woorden “fastback” en “gran turismo” om deze Stinger te profileren: geen rasechte sportwagen, maar een comfortabele en luxueuze kilometervreter.

Dus eerder een GT dan een sportwagen?

Precies. Dat zie je volgens Kia trouwens aan het ontwerp: een korte vooroverhang, lange achteroverhang en dito wielbasis (2.905 millimeter). De totale lengte? 4,83 meter, waarmee de Stinger meteen 15 tot 20 centimeter langer is dan de concurrenten die hij in het vizier neemt. Alleen vertalen die afmetingen zich niet helemaal in het interieur: de zitruimte vooraan is royaal, en achteraan heb je qua schouder- en elleboogruimte allerminst te klagen. Maar de been- en voetruimte is minder uitgekiend, en de hoofdruimte voor grotere passagiers lijdt wat onder de aflopende daklijn van dit fastback-ontwerp. De bagage past tot slot in een kofferruimte die 406 liter bedraagt en die kan worden uitgebreid tot 1.114 liter door de achterbank neer te klappen, die een bijna vlakke laadvloer vormt.

Hoe is het verder toeven binnenin?

Bijzonder luxueus en comfortabel: de zetels zijn verwarmbaar en vooraan ook koelbaar en elektrisch verstelbaar, je krijgt afhankelijk van de uitrustingsversie standaard leder of nappaleder, en de dakbedekking is met alcantara afgewerkt. De gebruikte materialen voor het dashboard en de deurpanelen voelen kwalitatief aan, en op enkele minieme details na kan de afwerkingskwaliteit zich zonder problemen meten met sommige Duitse premiumconstructeurs.

Wat zit er onder de motorkap?

Drie opties. Een 2.0 viercilinder turbobenzine, die 255 pk en 353 Nm produceert, een 3.3 V6 turbobenzine, goed voor 370 pk en 510 Nm, en voor Europa een 2.2 viercilinder turbodiesel met 200 pk en 440 Nm. Alle motoren worden gekoppeld aan een achttrapsautomaat. De 2.0T stuurt zijn vermogen naar de achterwielen, die van een sperdifferentieel voorzien zijn. De 3.3 V6 is vierwielaangedreven, met een standaardverhouding van 60/40 ten voordele van de achterwielen, al kan hij ook 100 % van het vermogen richting achterwielen dirigeren. De 2.2 diesel laat je tot slot de keuze tussen achter- en vierwielaandrijving.

Wat geeft dat als resultaat?

Een vraag die we na onze eerste test nog niet kunnen beantwoorden voor de tweeliter turbobenzine, maar wel voor de andere twee motoren. De 3.3 V6 met vierwielaandrijving, die 4,9 seconden nodig heeft om van 0 tot 100 km/u te accelereren en doorgaat tot 270 km/u, en de 2.2 diesel met achterwielaandrijving, die 7,7 seconden nodig heeft voor dezelfde oefening en het bij 225 km/u voor bekeken houdt.

De V6 konden we kort op circuit proberen om de limieten van het chassis aan de tand te voelen. Hij geeft blijk van een veilig en voorspelbaar weggedrag, dat goed gebalanceerd is en dynamisch geïnspireerd. De voorwielen reageren alert op de input van het stuur, en de achterkant volgt vinnig en zonder tegenstribbelen.

Op de limiet en bij stevige remmanoeuvres voel je wel het hoge gewicht achter deze Stinger. De zescilinder zelf klimt lineair in de toeren en is auditief opvallend gedempt. Geen Duitse bombarie, maar Japanse discretie. Iets meer emotie had wel gemogen. Een laatste minpunt is tot slot weggelegd voor de ZF-achttrapsautomaat. Durven we die bij BMW uitvoerig bewieroken, dan wil hij in de Kia iets later reageren of langer in toeren blijven hangen. Of hoe de software van de hardware nog steeds merkafhankelijk is. Een eigen sportstand of duidelijke manuele modus – er zijn wel schakelpeddels – hadden ook welkom geweest.

Maar aan tempo’s onder de limiet is dit een rimpelloze versnellingsbak. Ook in de diesel. De zelfontbrander is auditief iets meer aanwezig en is uiteraard trager in acceleraties en hernemingen, maar voelt door zijn lichtere gewicht onder de kap en achterwielaandrijving speelser aan. Kia verwacht dat het in ons land de Stinger vooral met dieselmotor aan de man zal brengen. Die kopers mogen een aangenaam en vlot aandrijfgeheel verwachten.

Kan het ook iets rustiger?

Jazeker, en daar komt de Stinger als GT helemaal tot zijn recht. Het rijcomfort blijft zelfs met de adaptieve dempers in de sportiefste rijmodus bewaard en het koetswerk rolt in de bochten steeds gecontroleerd. Beheerst en gecontroleerd tegen vlotte snelheden, en tegelijk in alle comfort kilometers malen. Zijn gran turismo-ambities maakt deze Koreaan dus volledig waar.

Hoeveel kost hij?

De Belgische Kia-importeur zet de Stinger in de catalogus vanaf € 45.700. Daarvoor rij je buiten met de 2.0 turbobenzine in GT Line-uitvoering. De 2.2 diesel, ook alleen als GT Line, kost € 46.000 voor de achterwielaangedreven uitvoering en € 2.000 meer voor de versie met vierwielaandrijving. De topuitvoering is dus de 3.3 V6 GT met vierwielaandrijving, die vanaf € 54.000 buitenrijdt. Met die prijzen zit de Kia Stinger op het niveau van zijn concurrenten.

Maar hij kan daarbij wel schermen met een hypervolledige standaarduitrusting. Meer zelfs: de optielijst is beperkt tot metaalkleur en een schuifdak. Voor de rest is alles standaard: led-koplampen, verwarmde en geventileerde elektrische lederen zetels, rijstrookassistentie, een vermoeidheidswaarschuwing, adaptieve snelheidsregelaar, dodehoekwaarschuwing en waarschuwing voor kruisend verkeer achter de auto, een Harman/Kardon-geluidsinstallatie, head-updisplay en een navigatiesysteem. Kruis je in de optielijst van zijn concurrenten dezelfde items aan, dan zit je al snel met een meerprijs van € 10.000…

Besluit?

Door getalenteerde mensen weg te kopen bij andere mensen en met een niet-aflatend doorzettingsvermogen om zich bij elke nieuwe modelgeneratie een niveau hoger te tillen, kan Kia zich voor het eerst in zijn geschiedenis zonder problemen naast Duitse premiumproducten parkeren. Jazeker, deze Stinger is een geslaagd product, en het woord “outsider” is nog nooit zo toepasbaar geweest als op deze GT. Rest alleen de vraag of de premiumklant die redenering wil volgen. Kia is zich gelukkig bewust van het imago van zijn logo, en heeft geen al te hoge verkoopambities voor de Stinger. Die moet vooral een toonbeeld zijn van wat de Koreanen in hun mars hebben. Missie geslaagd. Met glans.

Je gebruikt een oude versie van Internet Explorer. Upgrade ajb naar een nieuwere versie.
Je gebruikt een oude versie van Safari en/of iOS. Upgrade ajb naar een nieuwere versie.