Zoals de Mercedes S-Klasse voor limousines of de Porsche 911 voor sportwagens, is de Range Rover het archetype van de luxueuze terreinwagen. Intussen groeide hij binnen Land Rover uit tot een hele familie, met onder meer de Evoque, Velar, Sport en GT. Maar volledig elektrisch was het origineel nog nooit. Nochtans werd die versie al jaren beloofd. De ontwikkeling heeft dus behoorlijk lang geduurd, maar is het resultaat uiteindelijk ook de verwachtingen waard?
Zoals de Mercedes S-Klasse voor limousines of de Porsche 911 voor sportwagens, is de Range Rover het archetype van de luxueuze terreinwagen. Intussen groeide hij binnen Land Rover uit tot een hele familie, met onder meer de Evoque, Velar, Sport en GT. Maar volledig elektrisch was het origineel nog nooit. Nochtans werd die versie al jaren beloofd. De ontwikkeling heeft dus behoorlijk lang geduurd, maar is het resultaat uiteindelijk ook de verwachtingen waard?



Eerst Range Rover, dan elektrisch
De filosofie achter de ontwikkeling was eenvoudig: elektrisch of niet, hij moest in de eerste plaats een Range Rover blijven. Uiterlijk springen de verschillen met de versies met verbrandingsmotor dan ook nauwelijks in het oog. De grille ziet er iets anders uit, de velgen werden aerodynamisch geoptimaliseerd en een vlakke bodemplaat helpt het stroomverbruik op de snelweg te beperken. Voor het overige verloopt de transformatie naar een elektrische 4x4 bijzonder discreet.

De beste Range Rover?
Ook de legendarische veelzijdigheid mocht niet worden opgeofferd voor de overstap naar elektrische aandrijving. De ingenieurs hebben dan wel hun tijd genomen, maar lijken de eigenschappen van elektromotoren ook te hebben benut om het iconische model nog beter te maken.
Met twee elektromotoren, één op elke as, beschikt hij over Integrated Traction Management. Dat systeem kan in amper 50 milliseconden ingrijpen om de grip te regelen, volgens Land Rover 100 keer sneller dan bij een vergelijkbare versie met verbrandingsmotor. Ook door 90 cm diep water rijden blijft mogelijk.
Tel daar zijn nog stillere aandrijving, rijden met één pedaal en het onmiddellijk beschikbare koppel bij op, en de elektrische versie klautert bovendien zonder veel moeite hellingen tot 45 graden op. Range Rover durft hem dan ook de beste vertegenwoordiger uit zijn lange geschiedenis te noemen.


2 x 260 kW
Beide elektromotoren leveren afzonderlijk 260 kW (354 pk). Het totale systeemvermogen bedraagt 550 pk, met een maximaal koppel van 850 Nm. Daarmee overtreft hij lichtjes de V8 P540, die 537 pk en 750 Nm levert.
Ook de prestaties liggen op een vergelijkbaar niveau. De elektrische versie accelereert in 4,5 seconden van 0 naar 100 km/u, tegenover 4,8 seconden voor de V8 P540.
118,5 kWh en 800 V
JLR heeft niet bespaard op de batterij van zijn vlaggenschip. De Range Rover Electric krijgt een lithium-ionaccu met een bruikbare capaciteit van 118,5 kWh en een 800V-architectuur. Daarmee belooft hij een maximaal WLTP-rijbereik van 600 km. De hoge boordspanning maakt bovendien snelladen tot 350 kW mogelijk. Onder ideale omstandigheden duurt een laadbeurt van 10 naar 80% ongeveer 22 minuten. Tien minuten aan de snellader volstaan volgens Land Rover om tot 220 km WLTP-rijbereik bij te laden.



Prijs Range Rover Electric (2026)
Land Rover opent nu officieel de bestelboeken. De elektrische Range Rover is verkrijgbaar met zowel korte als lange wielbasis. Naast de uitvoeringen SE, HSE, Autobiography, SV, SV Ultra en SV Black komt er ook een speciale First Edition.
De indicatieve Belgische vanafprijs bedraagt 163.830 euro. Ter vergelijking: de V8 P540 begint bij 181.320 euro, terwijl de plug-inhybride P460e verkrijgbaar is vanaf 152.800 euro.














