1. Verwarrende rijervaring
Vergeet niet dat deze auto uit 1908 stamt. De manier waarop je een wagen bediende, was toen nog helemaal niet genormeerd. Wie vandaag met een ‘T’ wil rijden, moet alles opnieuw leren: gas geven doe je met je hand, de twee versnellingen bedien je met je linkervoet, remmen (of beter gezegd ‘vertragen’) gaat met de rechtervoet en om achteruit te rijden, moet je het middelste pedaal indrukken. Starten gebeurt bovendien met een zwengel, de ontsteking en het carburatormengsel moeten eerst worden ingesteld enzovoort. Rijden met een Ford T vereist dus flink wat werk.

2. Slechts één kleur
Vanaf 1914 besliste Henry Ford om productiviteitsredenen om nog maar één enkele kleur aan te bieden: zwart. Verdelers en klanten hadden veel kritiek op de beslissing, maar de baas antwoordde hen droogweg: “Klanten mogen om het even welke kleur bestellen, zolang het maar zwart is”…

3. Geen reclame en duizelingwekkende productie
Van 1917 tot 1923 maakte Ford nooit reclame voor zijn model, dat zichzelf gewoon verkocht. In 1914 bouwde Ford al meer auto’s dan… alle andere autoconstructeurs samen. Een volledige wagen werd in 93 minuten geassembleerd. Pas in 1972, liefst 45 jaar na het einde van de productie, werd het productievolume van de Ford T overtroffen door de VW Kever.



4. Hoog loon zodat werknemers een T konden kopen
De werknemers aan de assemblageband kregen een mooi loon, en wel om een heel duidelijke reden: Ford creëerde zo een middenklasse die zich… een Ford T kon veroorloven. Er werd gefluisterd dat ze contractueel werden verplicht om er een te kopen zodra hun middelen dat toelieten. En ook dat de vrouwen die in de kantoren werkten onder geen beding op de werkvloer mochten komen, uit schrik dat ze de arbeiders zouden afleiden…



5. Recyclage in houtskool
Ford bespaarde op elke cent om de kosten te reduceren en de inkomsten te optimaliseren. Zo werd het houtschaafsel van de assemblage van de Model T gerecycleerd als… houtskool, via een fabriek die ook van Ford was.













