In België bevat de wegcode geen specifieke verplichting of wet voor het vervoer van honden in de auto. Wel moet de bestuurder altijd vrij kunnen bewegen, voldoende zicht hebben en zijn voertuig onder controle houden. Een hond die tijdens het rijden vrij door het interieur beweegt, kan dus wel degelijk voor problemen zorgen en zelfs tot een overtreding leiden. Maar los van de wet telt natuurlijk vooral de veiligheid. Niet alleen die van jezelf en je passagiers, maar ook die van je hond.

Transportbox, kooi of veiligheidsgordel?
Bij een noodstop of, erger nog, een ongeval kan een loslopende hond door het interieur worden geslingerd, met alle mogelijke gevolgen voor het dier én de andere inzittenden. Voor een kleine hond kan je daarom een transportbox gebruiken, terwijl voor grotere dieren een kooi geschikter is. In beide gevallen moet die stevig worden vastgemaakt in de koffer of op de achterbank.
Kies bovendien een box of kooi die groot genoeg is zodat je hond rechtop kan staan, zich kan omdraaien en comfortabel kan liggen. Mag hij liever op de achterbank zitten? Gebruik dan een daarvoor geschikte veiligheidsgordel in combinatie met een degelijk harnas. Bevestig zo’n gordel nooit rechtstreeks aan de halsband.

Elk land heeft zijn eigen regels
Neem je je hond mee naar het buitenland, controleer dan vooraf welke regels gelden in de landen waar je doorheen rijdt. Die kunnen immers sterk verschillen en sommige landen leggen strengere eisen op voor het vastzetten of afschermen van dieren in de auto.
En nog belangrijker: laat een dier nooit zomaar alleen achter in een geparkeerde auto. De temperatuur in het interieur kan ook buiten de volle zon snel oplopen. Beschikt de auto over een specifieke klimaat- of hondenmodus, controleer dan altijd of die daadwerkelijk actief blijft en vertrouw er niet blindelings op.












