Toen Bugatti in 1993 op het Autosalon van Genève de EB112 voorstelde, leek het legendarische Franse merk – dat toen vanuit Italië nieuw leven was ingeblazen – klaar om zijn gamma uit te breiden. Naast de spectaculaire EB110, waarvoor uiteindelijk slechts 139 kopers werden gevonden, moest de luxueuze berline het tweede model van het merk worden. De meer dan vijf meter lange limousine, ontworpen door designvirtuoos Giorgetto Giugiaro, combineerde klassieke Bugatti-designelementen met de modernste technologie van dat moment. Toch liep het helemaal anders. Door het faillissement van Bugatti kwam het project abrupt tot stilstand en leek het lot van de EB112 bezegeld.
Maar dat was buiten Gildo Pallanca Pastor gerekend. Nog vóór het faillissement werd één officieel prototype voltooid. Twee andere, bijna afgewerkte exemplaren werden jaren later alsnog voltooid op initiatief van de Monegaskische zakenman. Zo groeide de EB112 uit tot een van de zeldzaamste en meest mysterieuze Bugatti's ooit.



Een technologische parel met een zeer klassiek ontwerp
Hoewel de EB112 er zelfs in de jaren negentig al opvallend klassiek uitzag, en volgens menig autoliefhebber niet moeders mooiste was, schuilde onder de zeer afgeronde carrosserie bijzonder geavanceerde techniek. De volledig uit aluminium opgetrokken koets was gebouwd rond een monocoque van koolstofvezel, rechtstreeks afgeleid van de twee zitplaatsen tellende EB110.
Voorin lag een atmosferische 6,0-liter V12 die 460 pk en 590 Nm leverde. De motor was zo ver mogelijk naar achteren geplaatst voor een optimale gewichtsverdeling en werd gekoppeld aan een handgeschakelde zesversnellingsbak én een geavanceerd vierwielaandrijvingssysteem. Dat verdeelde 38 procent van het vermogen naar de vooras en 62 procent naar de achteras, een bijzonder vooruitstrevende configuratie voor die tijd.
Ondanks zijn forse afmetingen – de EB112 was meer dan vijf meter lang – racete hij in 4,3 seconden naar 100 km/u en beloofde hij een top van 300 km/u. Begin jaren negentig waren zulke cijfers ronduit indrukwekkend, zeker voor een comfortabele berline.



Eén van de drie exemplaren geveild voor 1,7 miljoen euro
Hoeveel de EB112 oorspronkelijk had moeten kosten, is nooit bekendgemaakt. Het eerste prototype bleef eigendom van Bugatti, terwijl Gildo Pallanca Pastor één van de twee later voltooide exemplaren zelf behield. Het andere exemplaar zou volgens verschillende bronnen verkocht zijn aan een Russische miljardair, al is ook daarvan nooit een verkoopprijs bekendgemaakt.
Onlangs dook de EB112 van Pallanca Pastor op bij RM Sotheby's, waar hij uiteindelijk onder de hamer ging voor maar liefst 1.692.500 euro. Een indrukwekkend bedrag, maar gezien zijn uitzonderlijke geschiedenis, uiterst beperkte oplage en geavanceerde techniek is dat in de wereld van autoverzamelaars niet eens zo verrassend. De Bugatti EB112 behoort zonder twijfel tot de meest exclusieve én meest fascinerende vergeten modellen uit de autogeschiedenis – en daar hangt nu eenmaal een stevig prijskaartje aan.












