Amper drie maanden na de voorstelling van de Bodo Coupé trekt Brabus het dak van zijn spectaculaire GT. Het recept blijft grotendeels hetzelfde: hoewel de Bodo technisch gebaseerd is op de Aston Martin Vanquish, werd zijn volledige carrosserie opnieuw ontworpen en uitgevoerd in koolstofvezel. Het grote verschil spreekt voor zich: het vaste dak maakt plaats voor een elektrisch bediende stoffen kap. Daarmee wordt de Bodo een open 2+2-zitter, zonder veel van zijn extravagante karakter prijs te geven.



Dezelfde V12 met 1.000 pk en dezelfde prestaties
Onder de lange motorkap ligt nog altijd de 5,2-liter V12 biturbo van Aston Martin, die Brabus stevig onder handen heeft genomen. De twaalfcilinder levert 735 kW (1.000 pk) en 1.200 Nm, terwijl het vermogen via een achttrapsautomaat naar de achterwielen gaat. Ondanks zijn stoffen vouwdak presteert de Bodo Cabriolet even sterk als de coupé: van 0 naar 100 km/u lukt in amper 3 seconden, met een elektronisch begrensde topsnelheid van 360 km/u.



Opnieuw 77 exemplaren, maar nog duurder
Net als de coupé wordt ook de Bodo Cabriolet slechts 77 keer gebouwd, een verwijzing naar 1977, het jaar waarin Brabus werd opgericht. Samen zullen er dus maximaal 154 exemplaren van beide Bodo-varianten bestaan. Wie liever zonder dak rijdt, moet bovendien nog dieper in de buidel tasten. De vanafprijs van de Brabus Bodo Cabriolet bedraagt 1.077.000 euro, exclusief belastingen en opties.
Veel maakt die prijs voor de beoogde klanten wellicht niet uit. De Bodo is tenslotte geen subtiel aangepaste Aston Martin, maar een vrijwel volledig opnieuw aangeklede GT die Brabus zelf als afzonderlijke, uiterst beperkte modelreeks positioneert. De vraag is dan alleen nog: met of zonder dak?












