We reden onlangs in een ruk van België naar Spanje met enerzijds een elektrische Mercedes GLB met een 800-voltarchitectuuur, die een maximaal laadvermogen van 320 kW haalt en volgens het merk in amper 22 minuten van 10 naar 80% kan laden, en anderzijds een Tesla Model Y Propulsion op 400 volt met een maximaal laadvermogen van 170 kW, waarvan de fabrikant niet aangeeft hoeveel tijd de SUV ongeveer nodig heeft om de batterij van 10 naar 80% te krijgen. Sommige collega’s kwamen in tests uit op ongeveer 25 tot 30 minuten. Geen enorm verschil, maar toch. Komt daarbij dat de GLB een batterij heeft met een capaciteit die ongeveer 25 kWh groter is. Hij geraakt daardoor verder op één lading én heeft onderweg minder laadstops nodig. De praktijk, kunnen we nu al zeggen, spreekt dat niet tegen.



Drie langere laadbeurten tegenover vijf iets kortere stops
Het heeft weinig zin om elke laadstop van beide reizen opnieuw in detail te bespreken, maar over het bijna 1.200 km lange traject had de elektrische Mercedes GLB maar drie laadbeurten nodig. Die duurden respectievelijk 28, 37 en 34 minuten. We vertrokken om 7.40 uur en kwamen om 19.56 uur aan. In totaal waren we dus 12 uur en 16 minuten onderweg, waarvan 1 uur en 39 minuten aan laadpalen die minstens 300 kW leverden.
De Tesla Model Y had voor nagenoeg dezelfde afstand vijf laadbeurten nodig, vooral door zijn kleinere batterij. Bovendien duurden die laadstops ondanks de kleinere batterij telkens bijna even lang, onder meer door het lagere maximale laadvermogen en de laadcurve van de 400 V-Tesla. We hielden achtereenvolgens 24 minuten, 22 minuten, twee keer 31 minuten en uiteindelijk nog eens 15 minuten halt. Met een vertrek om 8.05 uur en aankomst om 21.34 uur deden we er in totaal 13 uur en 29 minuten over. Daarvan werd 2 uur en 3 minuten doorgebracht aan laadpunten die minstens 150 kW konden leveren.



Interessante ervaring, maar geen wetenschappelijke vergelijking
Deze vergelijking is natuurlijk niet 100% wetenschappelijk. Het ging om twee compleet verschillende modellen, met andere banden, en hoewel ze vrijwel dezelfde route aflegden, gebeurde dat niet op dezelfde dag en dus ook niet onder exact dezelfde omstandigheden. Afgaand op de 49 minuten extra rijtijd met de Amerikaanse elektrische SUV was het verkeer tijdens die rit bovendien iets drukker.
Toch geeft deze ervaring een idee van wat het verschil tussen een 400 V- en 800 V-architectuur tijdens een lange rit in de praktijk kan betekenen. Bij zomerse temperaturen, zonder wachttijden en met laadpalen die geschikt zijn voor beide systemen, biedt 800 V een voordeel op lange afstanden. Al spelen naast de bandenspanning ook de batterijcapaciteit, het maximale laadvermogen en de laadcurve een belangrijke rol.
Interessant detail: de laatste keer dat we dezelfde route aflegden met een auto met verbrandingsmotor – een geëlektrificeerde diesel – maakten we drie stops en hadden we in totaal 13 uur en 6 minuten nodig. Het verschil tussen lange reizen met een elektrische auto en een model met verbrandingsmotor wordt dus duidelijk kleiner.
















