Anno 2026 is het haast onmogelijk geworden voor autoconstructeurs om een nieuw model te ontwikkelen dat géén technologie deelt met andere wagens. En dus kwam het als een grote verrassing dat Renault zijn knotsgekke R5 Turbo 3E niet enkel voorstelde, maar ook in productie nam! De 540 pk sterke hot hatch op steroïden is enkel qua uiterlijk verwant met de R5 E-Tech, maar zal toch 1.980 keer worden geproduceerd voor een prijs van 155.000 euro per stuk. Een smak geld, maar anderzijds niet extreem voor een supercar met een op maat gemaakt chassis… of dat dachten we toch. Wat blijkt: de R5 Turbo 3E heeft stiekem Alpine-DNA!
Het nieuws komt van het Britse Autocar, dat doorgaans goede connecties heeft met de autoconstructeurs. In een interview met Alpine-CEO Philippe Krief verklapte de Franse topman aan het Britse magazine dat de elektrische Alpine A110, die dit jaar wordt voorgesteld op het autosalon van Parijs, heel wat technologie zal delen met de R5 Turbo 3E. De opvolger van de huidige “berlinette”, waarmee Alpine opnieuw tot leven werd gewekt, zal namelijk op dezelfde APP-architectuur staan, ofwel het Alpine Performance Platform.

F1-achtige cockpit
Dat platform is een aluminium structuur waarin de batterij, in het geval van de R5 Turbo 3E een pakket van 70 kWh, achter de inzittenden plaatst. Dat zorgt voor een lage zitpositie, dicht tegen de neus van het model, net als bij een klassieke sportwagen met middenmotor. Volgens Krief zou de elektrische A110 zelfs meer richting een F1-cockpit gaan, waarbij de bestuurder met de voeten ver vooruit en omhoog zit, en met het stuur dicht tegen zich.
De technologie aan boord zou tot het minimum worden beperkt, met een focus op rijsensaties en fysieke bedieningselementen. De balans tussen schermen en knoppen heeft de Renault-groep dan ook als een van de besten onder de knie. Denk maar aan de “My Safety Sense”-knop, waarmee alle storende rijhulpmiddelen in één keer kunnen worden uitgeschakeld, zonder in de menu’s van het aanraakscherm te moeten graven.
Uniek interieur
De elektrische A110 zou zelfs als eerste een volledig eigen Alpine-interieur krijgen, in tegenstelling tot de A290 en A390, waarvan het interieur iets te veel overeenkomt met de veel goedkopere modellen van Renault. De bedoeling is dat de A110 EV opnieuw een “emotionele band” schept met zijn bestuurder, ondanks de afwezigheid van een ‘levende’ verbrandingsmotor met een opzwepend geluid.

Twee elektromotoren op de achteras
Maar de Alpine A110 EV zal niet even extreem worden als de Renault 5 Turbo 3E. De twee naafmotoren van die laatste, waarbij de krachtbronnen rechtstreeks aan de achterwielen zijn gemonteerd, worden vervangen door twee klassieke exemplaren op de achteras. De A390 heeft ook al twee motoren op zijn achteras (plus een derde vooraan) om een vectoriële koppelverdeling mogelijk te maken. Vermoedelijk zal de A110 dus profiteren van een gelijkaardige technologie.
Verwacht een vermogen dat ergens tussen de 345 pk van de huidige A110 R Ultime en de 540 pk sterke R5 Turbo 3E ligt. Alpine beloofde eerder al dat de elektrische A110 zelfs lichter zou worden dan zijn concurrenten met verbrandingsmotor. Verwacht dus een massa van minder dan 1.500 kilo, wat bijzonder licht is voor een elektrische wagen.

Meer modellen op komst, ook met verbrandingsmotor?
Bovendien zal de A110 EV niet enkel als coupé op de markt worden gebracht. Het APP-platform is flexibel in zijn indeling, en maakt het ook mogelijk om andere modelvarianten uit te brengen. Een tweezits coupé en cabrio zouden als eerste komen, maar ook vierzitsversies zouden op de planning staan, als meer GT-achtige concurrenten voor de Porsche 911 en Maserati GranTurismo Folgore. Modellen die momenteel in een hogere prijsklasse opereren dan de huidige modellen van Alpine, maar het merk wil zijn reputatie in de luxe- en sportsegmenten opbouwen. En als dat niet lukt met enkel elektrische wagens, dan kan het APP-platform ook verbrandingsmotoren huisvesten…















