Net zoals de Cayenne Porsche begin jaren 2000 een nieuw publiek liet ontdekken, moet de A390 voor Alpine deuren openen naar een bredere doelgroep. Een teken des tijds: dit meer familiale model dat de Franse catalogus verruimt, is bovendien uitsluitend beschikbaar in elektrische versies (de GT met 400 pk en de GTS met 470 pk), net als de kleinere A290 voor hem. Maar hier zijn er wel drie motoren: één voor de voorwielen en één voor elk achterwiel. Daarmee is de A390 tegelijk de eerste Alpine-SUV, de eerste Alpine met vierwielaandrijving én, iets waar ze misschien minder trots op zijn, de eerste Alpine die de kaap van 2 ton overstijgt.
Wat zijn de troeven van de Alpine A390 GT?
1. Een referentie qua rijdynamiek
De goede nieuws is alvast dit: de A390 heeft een rijdynamiek op referentieniveau. Je voelt de Alpine-signatuur, met een precies en scherp sturende vooras. De vectoriële koppelverdeling van de twee onafhankelijke achtermotoren maakt het dan ook mogelijk om bochten efficiënt te verlaten, terwijl het gewichtsgevoel grotendeels naar de achtergrond verdwijnt. Over het algemeen blijft de A390 GT vrij neutraal en gecentreerd. Hij wordt wat speelser in de "Track"-modus, die de vectoriële koppelverdeling aan de achterwielen versterkt. Zonder dat het overdreven aanvoelt. Met Sport of Track zijn de bochtensnelheden in elk geval indrukwekkend. De wagen geeft steeds de indruk vlak door de bocht te gaan, terwijl onderstuur heel lang uitblijft.



2. Een prima balans tussen comfort en dynamiek
Nog een troef: dat sportieve rijgedrag gaat niet te sterk ten koste van het comfort. En dat zelfs zonder dat Alpine actieve demping aanbiedt voor zijn elektrische SUV. Wel zijn er progressieve hydraulische bumpstops die harde klappen op grote oneffenheden vermijden. Voor een sportieve elektrische SUV van dit kaliber is de algemene filtering dan ook uitstekend. Eigenlijk geldt: hoe sneller je rijdt, hoe beter het comfort. Op lage snelheden is de demping wel vrij stijf, waardoor de inzittenden op slecht wegdek wat heen en weer geslingerd worden.

3. De Alpine Telemetrics
Mopperaars kunnen de Alpine verwijten dat ze deels het dashboard overneemt van neef Renault Scenic E-Tech. Met name de centrale tablet. Maar er zijn ergere onderdelen om over te nemen: dit verticale 12-inch scherm op Android Automotive is ergonomisch, volledig en prettig in gebruik. Bovendien vind je hier de Alpine Telemetrics-functie, die via Live Data een schat aan informatie over je wagen geeft. Denk aan remtemperaturen, bandentemperaturen, temperaturen van de drie motoren, de batterij, enzovoort. Interessante data om in de gaten te houden tijdens sportief rijden.



Wat zijn de zwaktes van de Alpine A390 GT?
1. De 400-volt-architectuur
Pech voor de A390: de gelijktijdige komst van de BMW iX3, Volvo EX60 en Mercedes GLC electric, die allemaal beschikken over 800-volt-technologie, doet de 400-volt-basis van de Alpine A390 (overgenomen van de Renault Scenic) wat verouderd ogen. Dat vertaalt zich in de beloofde WLTP-autonomie (maximaal 555 km hier) en het werkelijke verbruik van de Alpine. Maar vooral in de maximale laadvermogens die de wagen aankan bij snelladen. De A390 GT is beperkt tot 150 kW gelijkstroom, tegenover meer dan 300 kW voor de Volvo en Mercedes en zelfs 400 kW voor de BMW. Lange ritten worden zo iets omslachtiger met de Alpine.

2. Zichtbaarheid rondom
De ‘Sport Fastback’-stijl geeft de Alpine een onmiskenbare uitstraling, maar heeft ook praktische beperkingen. Het zicht schuin vooraan is soms problematisch in bepaalde bochten, door de schuine A-stijlen. Maar vooral de kleine, sterk hellende achterruit (zonder ruitenwisser) biedt geen geweldig zicht achterwaarts. Op de achterbank moeten inzittenden ook rekening houden met een zeker gevoel van ingeslotenheid, door de kleine glasoppervlakken en de aanwezigheid van de (mooie maar forse) sportstoelen voorin.


3. Geen flippers aan het stuur
Ten slotte mis je de mogelijkheid om via flippers aan het stuur te schakelen tussen regeneratiemodi. Om van de One Pedal-modus naar de zeilstand te gaan, moet je meerdere keren aan het kleine blauwe wieltje linksonder draaien. Het ziet er fraai uit, maar is niet erg ergonomisch bij sportief rijden. De rode "OV"-knop, waarmee je met een duimdruk alle beschikbare pk's inschakelt, is dan weer een plezier bij inhalen of voor een korte, felle acceleratie tussen twee scherpe bochten in.

















