De Mini Cooper is uitgegroeid tot een van de populairste auto’s van België! Het was namelijk de 4e meest verkochte auto van 2025. Dat heeft hij grotendeels te danken aan zijn elektrische versie, die populair is bij bedrijfsvloten, maar het feit dat hij ook nog steeds verkrijgbaar is met een benzinemotor maakt hem ook aantrekkelijk voor particulieren. Bovendien lijkt zijn unieke stijl in de smaak te vallen, met veel personalisatiemogelijkheden en een interieur dat in ieder geval even bijzonder is als zijn look. Maar welke 5 alternatieven zou je nog kunnen overwegen in deze klasse?
1. Fiat 500
Als er één model is dat naast de Mini Cooper kan staan als designicoon, zowel van de 20e als van de 21e eeuw, dan is het wel de Fiat 500. Na een roemrijk verleden in de jaren 1950 tot 1970 kwam het bolletje terug in 2007 en veroverde het de harten gewoonweg opnieuw. Of je nu een bescheiden budget had, of een auto nodig had om aan de Lippenslaan te gaan shoppen: iedereen wilde een Fiat 500. De huidige generatie uit 2020 kwam eerst uit als volledig elektrisch model en kende een moeilijke start, maar Fiat heeft hem intussen weer voorzien van een benzinemotor om de prijs te drukken en de veelzijdigheid van het model te vergroten. Hij is beschikbaar als driedeurs, 3+1 en als Cabrio, met prijzen vanaf 18.990 euro.



2. Renault 5 E-Tech
Nog zo’n retromodel, maar deze keer enkel en alleen in elektrische trim: de Renault 5 E-Tech. Het is Renaults antwoord op de vraag om elektrische auto’s niet alleen betaalbaarder te maken, maar ook aantrekkelijker. Met prijzen vanaf net geen 25.000 euro wordt (op z’n minst deels) aan het eerste deel voldaan, zijn charmante retrolook met een hypermoderne touch doet de rest. En rijden doet hij ook al goed, al is zijn inzetbaarheid natuurlijk meer beperkt dan bij een model op benzine. Zeker in het geval van de basisversies met kleine batterij (Urban Range).



3. Firefly
Als Nio het Chinese BMW is, dan is Firefly het Mini van Nio. Voorlopig is het gamma beperkt tot één compacte elektrische stadswagen. Benieuwd hoe ze het met de namen gaan doen als er meer modellen komen. Maar dat terzijde: de Firefly ziet er charmant uit (met misschien wat invloeden van wijlen de Honda e), is bijzonder compleet uitgerust en is ook nog eens erg ruim voor zijn formaat. Dat trouwens iets groter is dan je zou denken op foto (4 meter lang), maar nog steeds meer dan compact genoeg om langs de stadsboulevards te flaneren. Met een vanafprijs van 29.990 euro is het echter een van de duurdere auto’s in deze lijst.



4. Hyundai Inster
Nog een onbekende naam, toch wat het model betreft, is de Hyundai Inster. Laat je niet vangen door zijn SUV-achtige look: dit is een praktisch stadswagentje in hart en nieren. Al is het maar omdat je zijn vier zetels naar hartenlust kan verschuiven en kantelen om het interieur naar wens in te delen (je kan ook voor een meer klassieke vijfzitter kiezen). Ook de Inster is altijd elektrisch, maar met maximaal 370 km rijbereik biedt hij wel net iets meer autonomie dan een groot deel van zijn concurrenten. Al is de prijs ook iets hoger: vanaf 24.495 euro voor de kleine batterij, 1.700 euro extra voor de grote.



5. Lancia Ypsilon
De Lancia Ypsilon is niet enkel een comeback van een model, het is de renaissance van een heel merk. Al is zijn DNA al bekend: onderhuids verschilt de Italiaanse stadswagen niet veel van de Peugeot 208 en Opel Corsa. Wat niet per se slechte genen zijn, maar hou je verwachtingen dus binnen de perken. Toch heeft Lancia zijn best gedaan om de Ypsilon te onderscheiden met een heel eigen look en een bijzonder interieur. Onder de motorkap hebben klanten dan weer de keuze tussen een zuinige mildhybride benzinemotor en een al even zuinige elektrische aandrijflijn. De prijzen beginnen bij 22.700 euro.



















